Het is op zijn minst interessant te noemen hoe het probleem van piraterij in Somalië wordt gepresenteerd. “Het bizarre tableau van krijgsheren, islamitische milities en separatistische groepen” dat “een vruchtbodem voor de groei van het piratennetwerk” is, zo observeerde de Volkskrant onlangs. Een treurig geval van een “mislukte staat”.[1] Fred Kaplan in een opiniestuk in de New York Times schept een beeld van de moderne piraat als “werkloze jongemannen opgegroeid in een omgeving van anarchistisch geweld, die er op uitgestuurd zijn door de lokale warlord om het geld naar zijn koffers te slepen”. Om dit beeld verder kracht bij te zetten vertelt Kaplan een saillant detail, “Zij leven op rauwe vis”.[2] Deze interpertatie van de Somalische piraat is ongetwijfeld comfortabel. Wat kan immers een westerling in al zijn redelijkheid doen tegen zulk barbarisme. De logische conclusie is dat deze mensen door hun culturele defecten duidelijk niet in staat zijn tot rationaliteit. En voorstellen als die van Verdonk(afschieten en torpederen) klinken niet eens zo vreemd in onze oren in deze context. We hoeven het niet te hebben over de oorzaak van de piraterij en onze rol hierin. Het spectrum van discussie dient zich te bewegen tussen enerzijds “kannoneerbootdiplomatie” en anderzijds de extremere militaire interventie in de Somalische politieke situatie.
Ik zou het spectrum ietwat willen verbreden en ons afvragen wat onze rol is in de Somalische piraterij. Waar komen deze mensen vandaan? Het probleem van piraterij in Somalië is tweeledig. Ten eerste is daar de piraterij van de Somalische piraten, ten tweede de –veelal westerse- illegale vissers die de kusten van Somalië plunderen zonder rekening te hoeven houden met regulering.
Na de extreme droogtes van ’74 en ’86 vluchtten tienduizenden Somaliërs naar de kust om grote vissersgemeenschappen op te zetten. Deze gemeenschappen waren afhankelijk van de visserij voor hun primaire levensbehoeften. Al in 1991 een aantal maanden na de val van het Barre regime werden de eerste illegale buitenlandse vissers voor de Somalische kust gesignaleerd. Deze vissers begonnen al snel op geweldadige wijze de lokale vissersbevolking weg te werken. Lokale vissers hebben het over kokend water dat over hun kanoes heen werd gegooit, hun netten doorgeknipt, kleine bootjes en daarmee de opzittenden vernietigd door er overheen te varen etcetera. In reactie hierop begon de lokale bevolking zich te bewapenen, wat er al snel toe leidde dat ook de buitenlandse vissers zich begonnen te bewapenen met nog geavanceerder wapentuig. Het was enkel afwachten tot ook de Somalische vissers weer zouden reageren. Deze cyclus is al bezig sinds 1991 en heeft zich nu ontwikkeld tot zijn huidige vorm, bij ons het Somalische piratenprobleem genoemd.[3]
Hoe groot is dit probleem van illegale visserij werkelijk? Volgens High Seas Task Force(HSTF), waren er in 2005 in Somalië ongeveer 800 illegale vissersboten die de Somalische kust plunderden. Gebruikmakend van de Somalische onmacht om haar kustlijn te beschermen wordt er naar schatting jaarlijks rond de $450 miljoen aan illegale vis gestolen door buitenlandse boten. Zij betalen geen belasting en hoeven zich niet aan regulering te houden wat betreft milieu en conservatie. Er worden illegale technieken gebruikt die het ecosysteem onherstelbare schade toebrengen waaronder het gebruik van explosieven en drijfnetten. De waarde van de vis die alleen al door de EU landen uit Somalische wateren wordt gehaald is ongeveer 5 keer zo groot als de totale hoeveelheid ontwikkelingshulp aan Somalië elk jaar.[4]
Mohamed Hussein een visser uit Merca, 100 km ten zuiden van Mogadishu, vertelde in een publicatie van IRIN dat hun bestaan afhing van de vis. Hij beschuldigde de internationale gemeenschap dat deze “enkel praat over de Somalische piraten, maar niet over het vernietigen van de Somalische kust en hun levens door deze buitenlandse schepen”. De Somalische vissers beschreven de acties als “economisch terrorisme”. “Wij willen dat de internationale organisaties ons helpen met dit probleem”; “Als niemand iets doet, zal er spoedig geen vis meer over zijn in Somalische wateren”.[5] Een begrijpelijke reactie.
Naast de regelrechte diefstal van vis uit Somalische wateren, word er ook industrieel afval en zelfs nucleair afval gedumpt door de westerse schepen. De effecten van deze praktijken werden pijnlijk duidelijk in 2005 na de tsunami, toen vaten met afval open werden geslagen en tot 10 kilometer landinwaards werden gevonden. Dit leidde tot ernstige gezondheidsproblemen voor de plaatselijke bevolking. Woordvoerder van de UNEP(het millieuprogramma van de VN) Nick Nutall rapporteerde indertijd al dat “de afgelopen 15 jaar, Europese bedrijven Somalië als een stortplaats hebben gebruikt voor een verscheidenheid aan nucleair en industrieel afval”. De reden hiervoor is simpel aldus Nutall, “Gemiddeld kost het voor een Europees bedrijf ongeveer $2,50 per ton om het afval te dumpen in Somalië in plaats van de $250 die het kost in Europa.”[6]
Dit beeld wordt verder ook bevestigd door de piraten zelf. Een van de leiders van de piraten Abshir Boyah begon naar eigen zeggen met de piraterij aan het begin van de jaren ’90, in reactie op de illegale visserij die zijn leven onmogelijk maakte. Hij vertelt verder dat hij bereid is de piraterij op te geven zo gauw de overheid alternatieve banen zou creeëren voor “zijn jongens” en ervoor zouden zorgen dat de illegale visserij en dumping zou stoppen. Het geld dat verdient wordt met de piraterij wordt volgens hem verdeelt onder zo’n 300 mensen. Hijzelf doneerde 15% van zijn geld aan de ouderen en zieken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat niet iedereen in de regio direct tegen de piraterij is. De journalisten die het interview deden observeerde dat het “leek alsof hij een man was op een oprechte zoektocht naar vergiffenis – of een erg goede leugenaar”. Boyah: “We weten dat het fout is wat we doen”; “Ik vraag vergiffenis aan god, de wereld, iedereen”. Het is niet aan mij om te oordelen of dit oprecht is, echter kunnen we concluderen dat er zeker andere oplossingen zijn behalve kannoneerbootdiplomatie. Want zoals één piraat in hetzelfde interview opmerkte, “Onderhandeling is onze religie”. [7]
St. Augustinus maakt zo’n 2 millenia geleden een nog steeds erg relevante observatie. In zijn beroemde werk De Stad van God, vertelt Augustinus het verhaal van de piraat die gevangen werd genomen door keizer Alexander de Grote, Alexander vroeg hem “Hoe durft gij de zeeën te teisteren met uw piraterij!?”, waarop de piraat antwoordde: “Hoe durft gij de wereld te teisteren met uw keizerrijk? Ik heb slechts een klein schip, daarom noemen ze mij een dief, gij met uw leger wordt een keizer genoemd”. Het is spijtig om te zien dat zo’n 2000 jaar na dato er nog steeds niet veel is veranderd in dit opzicht.
[1] http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/3180/Piratennest_Somali%EB
[2] http://www.nytimes.com/2009/04/12/opinion/12kaplan.html
[3] http://wardheernews.com/Articles_09/Jan/Waldo/08_The_two_piracies_in_Somalia.html
[4] http://www.high-seas.org/docs/IUU_DFID_Final_report_MRAG_2005.pdf
[5] http://www.irinnews.org/Report.aspx?ReportId=83755
[6] Het commentaar van de woordvoerder:
http://www.voanews.com/english/archive/2005-02/2005-02-23-voa23.cfm
Het rapport van de UNEP over de effecten van de tsunami:
http://www.unep.org.bh/Publications/Somalia/TSUNAMI_SOMALIA_LAYOUT.pdf
[7] http://www.nytimes.com/2009/05/09/world/africa/09pirate.html
Geen opmerkingen:
Een reactie posten