dinsdag 19 mei 2009

Over honderd dagen

Superlatieven schieten tekort bij het beschrijven van Obama zijn eerste 100 dagen. De communicator, de onverstoorbare, de verzoenende, de omarmende. Barack Obama beweegt zich met zekerheid en kalmte voort in een nieuw progressief era van verzoening. 
Ik zal proberen te illustreren wat we tot nog toe kunnen benoemen. In het beschrijven van de concrete prestaties tot nog toe geeft de Volkskrant als voorbeeld dat Obama
“zijn tekortkoming ziet en vertrouwt op de ervaring van knappe koppen uit de regering-Clinton: Rahm Emanuel, Larry Summers, Richard Holbrooke en Peter Orszag.”.[1] Een indrukwekkende prestatie aldus de Volkskrant. Het is af en toe zinvol om eens te onderzoeken wat deze mensen daadwerkelijk hebben gepresteerd, voordat zulke claims worden gemaakt.

Larry Summers zorgde ervoor dat in 1999 de Glass-Steagall act uit 1933 werd ontmanteld. De ontmanteling van Glass-Steagall zorgde ervoor dat investeringsbanken ook commercieële banken of verzekeraars konden zijn.[2] Dit wordt bijna door iedere econoom als één van de belangrijkste oorzaken van de huidige kredietcrisis gezien, zelfs Obama noemde het als één van de oorzaken.[3] De econoom Dean Baker, één van de weinigen economen die de bubbel in de huizenmarkt al in 2001 herkende, beschreef de benoeming van Lawrence Summers en Rick Rubin als;
“alsof iemand Bin Laden zou benoemen om de war on terror te leiden”.[4] Een analogie waar wat voor te zeggen valt.

Richard Holbrooke was de man die tijdens het presidentschap van Carter was aangewezen tot Oost-Azië. Hij heeft noemenswaardige prestaties achter zijn naam staan zoals het verstrekken van nog meer wapens aan de Indonesische dictator Suharto, die in een brute coupe in 1965 aan de macht kwam nadat hij naar schatting zo’n 500.000 mensen afslachtte. In 1975, een jaar voordat Holbrooke aantrad, had Suharto Oost-Timor binnengevallen waar hij een kwart van de oorspronkelijke bevolking aan het vermoorden was(200.000). Het was Holbrooke die het verstrekken van wapens aan de Indonesiërs goedkeurde op het moment dat volgens veel ooggetuigen de invasie genocidale vormen begon aan te nemen. Op dat moment kwam 90% van de wapens van het Indonesische leger uit de VS. In 2000 in verkiezingstijd zo’n 25 jaar na dato, bleek Holbrooke nog steeds vrij trots op deze prestatie. In een speech verklaarde hij dat “Paul Wolfowitz(latere minister van defensie onder Bush) zijn recente activiteiten iets heel belangrijks illustreren over Amerika’s buitenlandse beleid, en dat is de hoeveelheid consensus die er bestaat tussen de partijen over sommige thema’s”. Om dit te illustreren koos hij Oost-Timor als voorbeeld; “Paul en ik hebben veel contact met elkaar gehouden om er zeker van te zijn dat we Oost-Timor uit de verkiezingsstrijd houden, aangezien dit niet in het belang van de VS of Indonesië zou zijn”.[5] Het belang dat de Oost-Timorees -die één op de vier van zijn kenissen en familieleden is kwijtgeraakt- bij de onwetendheid van de westerse bevolking heeft wordt niet duidelijk.

Ook wordt het omarmende karakter van Obama “de Verzoener” benadrukt, zelfs een criticus als ik moet erkennen dat er een belangrijke verandering in de retoriek is. Alhoewel we toch heel wat nuances moeten aanbrengen in het verhaal, zo kopte de Volkskrant na afloop van de Amerika top
“Latijns-Amerikaanse landen juichend over vruchtbare top”. [6] Dit is enorm ongenuanceerd. Natuurlijk verwelkomen de Zuid-Amerikaanse leiders alle mooie retoriek, aan de andere kant weten zij als geen ander over het gedrag van de VS in de regio. De Chileense president Michelle Bachelet werd gearresteerd en gemarteld, haar vriendje vermoord, en haar vader dood gevonden in een cel nadat hij gemarteld was, dit alles omdat ze zich verzette tegen de door de VS gesteunde militaire coupe van Pinochet. De president van Guatemala, Álvara Colom wiens oom de burgemeester van Guatemala city Manuel Colom werd vermoord door de plaatselijke door de VS gesteunde dictator. De president van Nicaragua, Daniel Ortega die bijna de gehele jaren ’80 een bloedige oorlog voerde tegen de door de VS gecreërde Contras. President Lula die in de gevangenis werd gegooit voor vakbondsactiviteiten door dat land zijn militaire regime gesteund door de VS. De Haïtische president René Préval, die als premier onder president Aristide het land moest ontvluchten in 1991, nadat een door de CIA gefundeerde coupé het leger weer aan de macht bracht. El Salvador zijn nieuwe president Mauricio Funes die in 1980 zijn broer, die studenten organiseerde, vermoord zag worden door veiligheidsagenten door de VS getraind. Obama zijn reactie, op de kritiek die in de speeches van de Argentijnse president de Kirchner en de Nicaraguaanse Ortega werd geuit was typisch, “Ik kom hier niet om over het verleden te debateren, ik kom hier om me met de toekomst bezig te houden”. Als Bin Laden de Amerikanen zou vertellen dat ze niet meer moeten terugkijken zou iedereen zich met open mond verbazen over zulke irrationaliteit. In feite is het nog veel erger, alleen in de jaren ’80 al zijn er zo’n 200.000 mensen gestorven in Latijns-Amerika als gevolg van de repressieve regimes die de VS steunde, ongeveer 66 keer zoveel doden als op 9/11. Een paar uur na de top bleek Obama wel in staat te praten over het verleden. Op het hoofdkwartier van de CIA verklaarde hij: “Ten eerste wil ik het belang van de CIA benadrukken. Toen de CIA werd opgericht was jullie enige doel het gevaar van de Soviet Unie te beperken, en voor decennia heeft de CIA deze missie die van kritiek belang is uitgeoefend.”.[7] Opnieuw kan men zich afvragen hoe de gemiddelde Zuid-Amerikaan denkt over de CIA haar “missie van kritiek belang”.

Wat deze relatief korte illustratie suggereert is dat we terughoudend moeten zijn in ons enthousiasme. Echte
Change is altijd gewonnen niet verkregen. En zo zal het ook hier moeten gebeuren.


 

[1] Volkskrant, 29 april 2009. http://www.salesexpert.nl/redactioneel/nieuws-archief/100-dagen-president-obama-two-thumbs-up!.html
[2] New York Times, 5 November 1999
http://www.nytimes.com/1999/11/05/business/congress-passes-wide-ranging-bill-easing-bank-laws.html?sec=&spon=&emc=eta1&pagewanted=all
[3] Wall Street Journal, 10 maart 2009
http://online.wsj.com/article/SB123665023774979341.html
[4]
http://www.prospect.org/csnc/blogs/beat_the_press_archive?month=11&year=2008&base_name=andrea_mitchell_hasnt_heard_ab
[5]
http://www.counterpunch.org/frank01272009.html
[6] Volkskrant, 20 april 2009
http://www.volkskrant.nl/buitenland/article1184803.ece/Latijns-Amerikaanse_landen_juichend_over_vruchtbare_top
[7]
http://therealnews.com/t/index.php?option=com_content&task=view&id=31&Itemid=74&jumival=3609

Over Israël en racisme


Volgens minister Verhagen deed de voorgestelde slotverklaring van de anti-racisme conferentie van de VN afbreuk aan het doel van de conferentie en daarom was deze voor Nederland onaanvaardbaar. “Nederland zal geen pogingen om Israël af te schilderen als racistisch accepteren” aldus Verhagen.[1] De verontwaardiging van Verhagen werd gedeeld door de westerse diplomaten die de zaal verlieten tijdens Ahmadinedjad zijn tirade.

Deze verontwaardiging is op zijn minst opmerkelijk te noemen, schijnbaar is Verhagen niet bekend met de conclusies van praktisch alle NGO’s in de bezette gebieden. Zo concludeerde B’tselem(de mensenrechtenorganisatie die onlangs nog de geuzenpenning ontving) in een rapport uit 2002 het volgende;
“Israël heeft een regime gecreërd in de bezette gebieden dat is gebasseerd op discriminatie, het hanteert twee vormen van rechtspraak in hetzelfde gebied en baseert de rechten van het individu op hun nationaliteit. Dit regime is het enige van zijn soort in de wereld, en herinnert ons aan misselijkmakende regimes uit het verleden, zoals het apartheid regime in Zuid-Afrika.”.[2] Dit harde oordeel over Israëls praktijken in de bezette gebieden is absoluut geen uitzondering. Men kan soortgelijke oordelen over Israël vinden in publicaties van Amnesty, Human Rights Watch, Al Haq etcetera.

Naast deze uitgebreide documentatie zou meneer Verhagen ook bekend moeten zijn met het rapport dat de Zuid-Afrikaanse professor Internationaal Recht John Dugard. Hij schreef in zijn rapport aan de mensenrechtenraad, “Discriminatie jegens Palestijnen gebeurt op vele verschillende vlakken. Bovendien lijkt het er op dat de principes van de internationale conventie over de onderdrukking en bestraffing van de misdaad van apartheid worden geschonden door verschillende praktijken, met name het verhinderen van het recht van de Palestijnen op vrijheid van beweging.” [3]

Het is dan ook opmerkelijk dat Maxime Verhagen en zijn overtuiging dat mensenrechten er zijn “voor iedereen, op elke plaats, op elk moment”, niet handelt naar deze overtuiging.[4] Zo bleef het vanuit kamp Verhagen muisstil toen afgelopen week Israël duidelijk maakte dat het niet gaat meewerken aan een onderzoek naar de gang van zaken rond het Gaza offensief dat het leven kostte van 1400 Palestijnen.  
Met betrekking tot de toon van de verklaring is het belangrijk om de relevante passages eens door te elzen. In de gehele declaratie wordt Israël niet één keer genoemd. Er wordt slechts tweemaal verwezen naar de Palestijnse bevolking. Eenmaal in een gedeelte over “
Mensen onder buitenlandse bezetting” waarin er wordt gezegd dat de declaratie haar bezorgdheid uit over de situatie van de Palestijnse bevolking onder buitenlandse bezetting. En nog eenmaal in een samenvatting van het Iranese rapport; “Commentaar wordt geleverd over de situatie in de bezette Palestijnse gebieden, waar er sprake is van een schending van een breed scala aan civiele en politieke rechten.”.[5] De ernst van deze passages is op zijn minst discutabel, zeker als men deze afzet tegen de conclusies van de velen mensenrechtenorganisaties in de bezette gebieden.

Ook vindt Verhagen dat de top wordt misbruikt door “een aantal landen die zelf nog heel wat te doen hebben op het gebied van mensenrechten”.[6] Dit klopt, alleen niet in de context waarin Verhagen het bedoelt. Als we het hebben over ernstige schendingen van de mensenrechten spant de VS de kroon(met onze enthousiaste hulp moet ik zeggen). Een goed voorbeeld van de extreme vormen van discriminatie in het westen deed zich voor tijdens het presidentschap van Clinton. Minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright verscheen in het progamma 60 minutes waar ze geconfronteerd werd met het feit dat er als gevolg van de sancties tegen Irak een half miljoen Irakeze kinderen waren gestorven. Haar reactie hierop was dat “het een moeilijke keus was maar dat de prijs het waard was”.[7] Als iemand mij kan uitleggen waarom wij Ahmadinedjad zijn excessen van meer belang vinden dan de concrete acties van onszelf die werkelijk leidden tot dood en verderf in de regio dan wil ik de verklaring daarvoor graag horen. Het feit dat mensen dus niet in lachen uitbarsten als Verhagen verklaart dat mensenrechten er zijn “voor iedereen, op elke plaats, op elk moment” zegt heel wat over onze intellectuele cultuur. Misschien is het een cultureel defect dat landen als Iran simpelweg niet de hoge moraliteit snappen die achter het vermoorden van Arabische kinderen ligt. Of misschien is het tijd voor mensen als Verhagen om te erkennen wat zijn favoriete filosoof 2000 jaar geleden al zag, als iets fout is als zij het doen, dan is het fout als wij het doen. Dat is universaliteit en zolang wij dit niet kunnen opbrengen is het misschien beter voor Verhagen om over rechtvaardigheid zijn mond te houden.

 

[1] http://www.nrc.nl/binnenland/article2216982.ece/Verhagen_niet_naar_antiracisme-conferentie
[2] http://www.btselem.org/English/Publications/Summaries/200205_Land_Grab.asp
[3] http://daccessdds.un.org/doc/UNDOC/GEN/G07/105/44/PDF/G0710544.pdf?OpenElement
[4] http://www.minbuza.nl/nl/actueel/speeches,2009/03/Speech-bij-Mensenrechtenraad.html
[5] “Mensen onder buitenlandse bezetting: De bescherming van de bevolking onder buitenlandse bezetting staat al lange tijd op de agenda van de internationale gemeenschap. De geschiedenis van gewapende conflicten laat zien dat de kwetsbaarheid van deze groep dramatisch groter wordt als het gekoppeld is aan een verschil in ras of nationaliteit met de bezettende mogendheid. De durban declaratie verklaart haar zorgen over de situatie van de Palestijnse bevolking onder buitenlandse bezetting.”.
“Iran:
Er is een steeds groter wordende hoeveelheid racistische geweld en xenofobie in verschillende plaatsen in de wereld alsmede de belediging van religies, de verwerping van diversiteit en Islamofobie. Commentaar wordt geleverd over de situatie in de bezette Palestijnse gebieden, waar er een schending is van een breed scala aan civiele en politieke rechten.”

http://blog.unwatch.org/wp-content/uploads/2008/06/durban_non-paper_working_group_27_may_2008.doc
[6] http://www.edestad.nl/page/Binnenland/Buitenland/Verhagen-niet-naar.352278.news
[7]
http://www.fair.org/index.php?page=1084

 

 

Over piraten en keizers

Het is op zijn minst interessant te noemen hoe het probleem van piraterij in Somalië wordt gepresenteerd. “Het bizarre tableau van krijgsheren, islamitische milities en separatistische groepen” dat “een vruchtbodem voor de groei van het piratennetwerk” is, zo observeerde de Volkskrant onlangs. Een treurig geval van een “mislukte staat”.[1] Fred Kaplan in een opiniestuk in de New York Times schept een beeld van de moderne piraat als “werkloze jongemannen opgegroeid in een omgeving van anarchistisch geweld, die er op uitgestuurd zijn door de lokale warlord om het geld naar zijn koffers te slepen”. Om dit beeld verder kracht bij te zetten vertelt Kaplan een saillant detail, “Zij leven op rauwe vis”.[2] Deze interpertatie van de Somalische piraat is ongetwijfeld comfortabel. Wat kan immers een westerling in al zijn redelijkheid doen tegen zulk barbarisme. De logische conclusie is dat deze mensen door hun culturele defecten duidelijk niet in staat zijn tot rationaliteit. En voorstellen als die van Verdonk(afschieten en torpederen) klinken niet eens zo vreemd in onze oren in deze context. We hoeven het niet te hebben over de oorzaak van de piraterij en onze rol hierin. Het spectrum van discussie dient zich te bewegen tussen enerzijds “kannoneerbootdiplomatie” en anderzijds de extremere militaire interventie in de Somalische politieke situatie.

Ik zou het spectrum ietwat willen verbreden en ons afvragen wat onze rol is in de Somalische piraterij. Waar komen deze mensen vandaan? Het probleem van piraterij in Somalië is tweeledig. Ten eerste is daar de piraterij van de Somalische piraten, ten tweede de –veelal westerse- illegale vissers die de kusten van Somalië plunderen zonder rekening te hoeven houden met regulering.
Na de extreme droogtes van ’74 en ’86 vluchtten tienduizenden Somaliërs naar de kust om grote vissersgemeenschappen op te zetten. Deze gemeenschappen waren afhankelijk van de visserij voor hun primaire levensbehoeften. Al in 1991 een aantal maanden na de val van het Barre regime werden de eerste illegale buitenlandse vissers voor de Somalische kust gesignaleerd. Deze vissers begonnen al snel op geweldadige wijze de lokale vissersbevolking weg te werken. Lokale vissers hebben het over kokend water dat over hun kanoes heen werd gegooit, hun netten doorgeknipt, kleine bootjes en daarmee de opzittenden vernietigd door er overheen te varen etcetera. In reactie hierop begon de lokale bevolking zich te bewapenen, wat er al snel toe leidde dat ook de buitenlandse vissers zich begonnen te bewapenen met nog geavanceerder wapentuig. Het was enkel afwachten tot ook de Somalische vissers weer zouden reageren. Deze cyclus is al bezig sinds 1991 en heeft zich nu ontwikkeld tot zijn huidige vorm, bij ons het Somalische piratenprobleem genoemd.[3]
Hoe groot is dit probleem van illegale visserij werkelijk? Volgens High Seas Task Force(HSTF), waren er in 2005 in Somalië ongeveer 800 illegale vissersboten die de Somalische kust plunderden. Gebruikmakend van de Somalische onmacht om haar kustlijn te beschermen wordt er naar schatting jaarlijks rond de $450 miljoen aan illegale vis gestolen door buitenlandse boten. Zij betalen geen belasting en hoeven zich niet aan regulering te houden wat betreft milieu en conservatie. Er worden
  illegale technieken gebruikt die het ecosysteem onherstelbare schade toebrengen waaronder het gebruik van explosieven en drijfnetten. De waarde van de vis die alleen al door de EU landen uit Somalische wateren wordt gehaald is ongeveer 5 keer zo groot als de totale hoeveelheid ontwikkelingshulp aan Somalië elk jaar.[4]

Mohamed Hussein een visser uit Merca, 100 km ten zuiden van Mogadishu, vertelde in een publicatie van IRIN dat hun bestaan afhing van de vis. Hij beschuldigde de internationale gemeenschap dat deze
“enkel praat over de Somalische piraten, maar niet over het vernietigen van de Somalische kust en hun levens door deze buitenlandse schepen”. De Somalische vissers beschreven de acties als “economisch terrorisme”. “Wij willen dat de internationale organisaties ons helpen met dit probleem”; “Als niemand iets doet, zal er spoedig geen vis meer over zijn in Somalische wateren”.[5] Een begrijpelijke reactie.

Naast de regelrechte diefstal van vis uit Somalische wateren, word er ook industrieel afval en zelfs nucleair afval gedumpt door de westerse schepen. De effecten van deze praktijken werden pijnlijk duidelijk in 2005 na de tsunami, toen vaten met afval open werden geslagen en tot 10 kilometer landinwaards werden gevonden. Dit leidde tot ernstige gezondheidsproblemen voor de plaatselijke bevolking. Woordvoerder van de UNEP(het millieuprogramma van de VN) Nick Nutall rapporteerde indertijd al dat
“de afgelopen 15 jaar, Europese bedrijven Somalië als een stortplaats hebben gebruikt voor een verscheidenheid aan nucleair en industrieel afval”. De reden hiervoor is simpel aldus Nutall, “Gemiddeld kost het voor een Europees bedrijf ongeveer $2,50 per ton om het afval te dumpen in Somalië in plaats van de $250 die het kost in Europa.”[6]

Dit beeld wordt verder ook bevestigd door de piraten zelf. Een van de leiders van de piraten Abshir Boyah begon naar eigen zeggen met de piraterij aan het begin van de jaren ’90, in reactie op de illegale visserij die zijn leven onmogelijk maakte. Hij vertelt verder dat hij bereid is de piraterij op te geven zo gauw de overheid alternatieve banen zou creeëren voor
“zijn jongens” en ervoor zouden zorgen dat de illegale visserij en dumping zou stoppen. Het geld  dat verdient wordt met de piraterij wordt volgens hem verdeelt onder zo’n 300 mensen. Hijzelf doneerde 15% van zijn geld aan de ouderen en zieken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat niet iedereen in de regio direct tegen de piraterij is. De journalisten die het interview deden observeerde dat het “leek alsof hij een man was op een oprechte zoektocht naar vergiffenis – of een erg goede leugenaar”. Boyah: “We weten dat het fout is wat we doen”; “Ik vraag vergiffenis aan god, de wereld, iedereen”. Het is niet aan mij om te oordelen of dit oprecht is, echter kunnen we concluderen dat er zeker andere oplossingen zijn behalve kannoneerbootdiplomatie. Want zoals één piraat in hetzelfde interview opmerkte, “Onderhandeling is onze religie”. [7]

 St. Augustinus maakt zo’n 2 millenia geleden een nog steeds erg relevante observatie. In zijn beroemde werk De Stad van God, vertelt Augustinus het verhaal van de piraat die gevangen werd genomen door keizer Alexander de Grote, Alexander vroeg hem “Hoe durft gij de zeeën te teisteren met uw piraterij!?”, waarop de piraat antwoordde: “Hoe durft gij de wereld te teisteren met uw keizerrijk? Ik heb slechts een klein schip, daarom noemen ze mij een dief, gij met uw leger wordt een keizer genoemd”. Het is spijtig om te zien dat zo’n 2000 jaar na dato er nog steeds niet veel is veranderd in dit opzicht.

 

 

[1] http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/3180/Piratennest_Somali%EB
[2]
http://www.nytimes.com/2009/04/12/opinion/12kaplan.html
[3]
http://wardheernews.com/Articles_09/Jan/Waldo/08_The_two_piracies_in_Somalia.html
[4]
http://www.high-seas.org/docs/IUU_DFID_Final_report_MRAG_2005.pdf
[5]
http://www.irinnews.org/Report.aspx?ReportId=83755
[6] Het commentaar van de woordvoerder:
 http://www.voanews.com/english/archive/2005-02/2005-02-23-voa23.cfm
Het rapport van de UNEP over de effecten van de tsunami:
http://www.unep.org.bh/Publications/Somalia/TSUNAMI_SOMALIA_LAYOUT.pdf
[7]
http://www.nytimes.com/2009/05/09/world/africa/09pirate.html